Tot begin november liep een inspraakronde rond de geplande industriële ontwikkelingen in het noorden van de gemeente Meise. Het ging dit keer niet over het dossier Westrode, wel over de zone 'Berg' in het kader van het zogenaamd SPEK-Londerzeel. SPEK staat voor Specifiek Economisch Knooppunt en de lading die deze planningsvlag dekt zou moeten toelaten om nog meer industrie te concentreren in de grensregio Londerzeel-Meise-Kapelle-op-den-Bos.
In eerste instantie zal een plan-MER (MER = Milieueffectenrapport) opgesteld moeten worden waarin de verschillende scenario's voor de ontwikkeling van industrieterreinen getoetst worden op hun impact op 'het leefmilieu' in de ruime zin van het woord. Het gaat dan over mobiliteit, natuur, landschap, geluid, luchtkwaliteit, waterhuishouding, etc. De inspraakronde was er op gericht om de burger de kans te geven te bepalen welke aspecten bestudeerd dienen te worden. Vele betrokken omwonenden deden dit dan ook.
Natuurpunt Meise stelt zich bij deze inspraakronde vooral de essentiële vraag of bijkomende industriële activiteit op deze plek eigenlijk wel 'moet kunnen'. Volgens ons is dit een vraag waar eerst toch eens heel goed moet bij stil gestaan worden. De open ruimte tussen Antwerpen en Brussel slibt reeds lang dicht en de leefkwaliteit van de mensen die er wonen gaat telkens verder achteruit, om van de impact op landschap en natuur maar te zwijgen. Nu is het zo dat zo’n plan-MER ook steeds een zogenaamd ‘nul-scenario’ onderzoekt, maar dit blijkt eigenlijk vaak niet meer dan een theoretische denkoefening te zijn. Is het niet meer dan normaal om in onze wereld - waarvan we verkondigen dat we hem duurzamer willen - echt stil te staan bij een aantal belangrijke vaststellingen rond een project wat onomkeerbaar een belangrijke impact heeft op het leefmilieu van een erg grote zone in onze onmiddellijke nabijheid? Wij denken van wel.
Eén van die vaststellingen is dat er in en buiten de provincie nog ettelijke honderden hectaren industriegebied ongebruikt liggen te wachten en, nog erger, veel in onbruik geraakte industriegronden schreeuwen om reconversie. Maar het is natuurlijk nog steeds veel gemakkelijker (lees: goedkoper) om maagdelijke gronden in te richten als nieuwe economische zones, dan oude infrastructuren en gronden te saneren en een nieuw - ook economisch - leven te geven. Het beleid is vandaag dus niet het toonbeeld van de goede huisvader en zeker niet als de ongebreidelde plannen voor industrie (TDL) in het noorden van de gemeentezich concretiseren… na natuurlijk eerst de verplichte (louter symbolische?) administratieve molen te doorlopen.
Een andere vaststelling is dat er een globale visie ontbreekt. Natuurpunt Meise eiste via haar inspraakrecht dat er voor de hele A12-as van Brussel tot Antwerpen een Masterplan gemaakt wordt waarin alle industriële ontwikkelingen eens grondig samen worden bekeken, en waar ook alle andere functies die ruimte vragen een plek krijgen: wonen, zorg (ouderenzorg), zachte recreatie, mobiliteit, natuur (waaronder de fel gepropageerde bosuitbreidingen in Vlaanderen die men in onze regio nergens echt waarmaakt), behoud van grondgebonden landbouw, etc. Waarom niet inzetten op een duurzame mix van die functies in plaats van het monofunctionele economisch ruimtemodel te hanteren?
We uitten ook ernstige bedenkingen bij de blinde keuze voor TDL-activiteiten (TDL = Transport, Distributie en Logsitiek). Het betekent in ieder geval (véél) meer vrachtwagens op de A12 en dus problemen voor alle doorgaand en lokaal verkeer en een grote impact op de leefkwaliteit van veel omwonenden (lucht, geluid, drukte, bereikbaarheid, waardevermindering eigendommen…). De TDL-sector is ook een erg delocalisatie-gevoelige sector. Het is niet onwaarschijnlijk dat veel geïnteresseerd bedrijven die zich hier zouden komen vestigen gewoon wegtrekken uit een andere vestiging in ons land. De werkgelegenheidscijfers waarmee gezwaaid wordt moeten in die zin vaak gerelativeerd worden.
Wij rekenen er op dat het beleid de denkoefening durft maken en niet voorbij gaat aan die essentiële vragen die het nul-scenario misschien wel eens als beste scenario zouden kunnen laten uitkomen. Het is trouwens erg storend dat het beleid, en de lobby daarachter, ingaat tegen haar eigen verkondigde doelen inzake het bewaren van de open ruimte tussen de uitdijende stedelijke agglomeraties van Antwerpen en Brussel. Dat idee ‘vergeet’ men blijkbaar liever… Niemand lijkt de moed te kunnen opbrengen om verkeerde beslissingen uit het recente en minder recente verleden te duiden en een nieuwe visie te ontwikkelen. Of toch?